Deze week: Reliflex slaapt!  >> Lees
Vraag: wat is het hoogtepunt van anderhalf jaar Reliflex?   >> Reageer
 
waarom reliflex?
home



Wie doet wat in de ritueelbegeleiding?
door Harriet van der Vleuten en Frank G. Bosman



Op het symposium Wilde Rituelen dat in mei 2006 werd georganiseerd, troffen de traditionele hoeders van de rituelen – vertegenwoordigers en studenten van de theologische faculteiten – en de nieuwe hoeders – zoals ritueelbegeleiders, uitvaartbegeleiders, geestelijk verzorgers – elkaar. Deze ontmoeting riep de vraag op: wie doet wat in het begeleiden van uitvaartrituelen. Een terugblik en reflectie.

Veel mensen voelen zich niet meer thuis in de gevestigde kerkgemeenschappen, maar willen wel voorkomen dat de scharniermomenten van het leven onopvallend voorbij gaan. Zo ook bij de dood. De uitvaart is al lang niet meer het primaat van de kerken. Waar vroeger de pastoor of de dominee als eerste werd gebeld bij een overlijden, is dat tegenwoordig eerder de uitvaartverzorger of uitvaartbegeleider. Het aantal kerkelijke uitvaarten daalt ieder jaar langzaam maar gestaag. In de jaren 2000 tot 2004 is het aantal katholieke kerkelijke uitvaarten met 1,4 procent gedaald. Waar vroeger de taakverdeling tussen uitvaartverzorger en pastor heel helder was – en op veel plaatsen nog steeds is – vinden er tegenwoordig ook daarin verschuivingen plaats. Ter opvulling van het ‘gat’ dat de pastor laat vallen, ontstaan allerlei nieuwe beroepen en bedrijven: voor stervensbegeleiding, funerair spreken, ritueel- en rouwbegeleiding, rent-a-priest, uitvaartbegeleiders die meer doen dan het verzorgen van de uitvaart, nazorgconsulenten.

Behoefte aan emoties

Een ritueel bevindt zich ergens op de grens van uitersten. Rituelen zitten tussen deductie en inductie. Dat betekent dat bij elk ritueel de vraag gesteld moet worden of de individuele wensen van de mensen die het ritueel ondergaan voorop staan of dienen zij te kiezen uit een (beperkt) aantal bestaande rituelen? Om een klein voorbeeld te geven: dienen de nabestaanden bij een kerkelijke uitvaart bij de keuze van de liederen te kiezen uit het kerkelijke repertoire (aansluiten bij de traditie van die kerk) of moeten juist die liederen gekozen worden die het beste bij de overledene passen (bijvoorbeeld Queen of Frans Bauer?).
Een ritueel bevindt zich ook altijd tussen het individuele en het collectieve. In de steeds verdergaande ontkerkelijking en individualisering is de mens zelf verantwoordelijk geworden voor het reguleren van de eigen emoties in situaties die eigenlijk niet te vatten zijn, zoals het overlijden van een dierbare. Mensen kunnen zich niet meer zo maar vinden in een bepaalde (kerkelijke) traditie, maar moeten bij zichzelf op zoek naar wat bij hen past. Zijn ‘rituele huishouding’ werd altijd aangeleverd door een religieuze omgeving, zoals kerk of godsdienstige gemeenschap. Nu deze omgeving grotendeels verdwenen is, maar de behoefte eraan onveranderd aanwezig blijft, wordt een andere context gezocht. Dat gebeurt in de collectiviteit – in onze ‘samenleving zonder kerk’ bijvoorbeeld tijdens voetbalwedstrijden of rond de dood van een bekende Nederlander – of het gebeurt door het experimenteren met nieuwe vormen van de zogenoemde ‘rituelen op maat’. En natuurlijk zijn er tal van tussenvormen.

In aangepaste vorm

Rituelen bengelen ook altijd tussen het hier-en-nu (immanentie) en het ‘daar ergens’ (transcendentie). Thomas Quartier, theoloog aan de Radboud Universiteit te Nijmegen, bevestigt dat het bij rituelen altijd gaat om datgene ‘wat boven de individuele mens en zijn problemen heen wijst’: het transcendente. Maar wat hem betreft hoeft die transcendentie niet opgesloten te blijven binnen de muren van één kerk of traditie. Christiane Berkvens, eveneens theoloog aan de Radboud Universiteit en ritueelbegeleider, bevestigt dit. Binnen de muren van de traditionele kerken is echter wel een schat aan rituelen te vinden die door ritueelbegeleiders – in aangepaste vorm -– ook gebruikt worden. De pastor is een voorganger in een geloofsgemeenschap. Die geloofsgemeenschap is echter steeds vaker vervangen door een toevallige gemeenschap om de overledene heen. En voor de verkondigende boodschap van de voorganger is steeds minder gehoor. Daardoor worden ook pastores steeds meer begeleiders in plaats van voorgangers, met name waar het gaat om crematieplechtigheden.
Die verschuiving biedt natuurlijk ruimte voor andere professionals. Er is veel mogelijk in de vijf dagen vóór de uitvaart. De uitvaartbegeleider heeft daarbij unieke mogelijkheden omdat hij of zij als eerste bij een familie arriveert. Terwijl ritueelbegeleiders– zoals een van hen tijdens het symposium met spijt constateerde – vaak te laat bij de familie zijn om meer te kunnen doen dan de afscheidsplechtigheid goed mee helpen voorbereiden.

Eigen beperkingen

Binnen de uitvaartopleiding Marjon Klaassen leeft de visie dat een goede uitvaart begeleider geen ritueelbegeleider nodig heeft. In de opleiding wordt studenten symboolgevoeligheid aangeleerd, er wordt benadrukt platvloersheid te voorkomen en altijd de vraag te stellen naar het ‘waarom’. Als je de tijd neemt om met naasten na te denken over de inhoud en vorm van een afscheidsplechtigheid, kom je een heel eind. Maar uiteraard moet een uitvaartbegeleider ook de eigen beperkingen goed voor ogen houden. Als een familie een overweging wil op basis van bijbelteksten of teksten uit een andere traditie dan zal dat de meeste uitvaartbegeleiders boven de pet gaan, zoals de praktijk ook uitwijst. Ritueel begeleiders worden vooral ingeschakeld door de wat traditionelere of de grotere ondernemingen. Een ritueelbegeleidster vertrouwde ons toe dat zij blij is in een regio te werken waarin niet zo veel ‘vernieuwers’ actief zijn.

Opleiding

Theologische faculteiten denken er over na een Opleiding algemeen ritueelbegeleider aan te gaan bieden: een academische opleiding van vier jaar. Het is nog niet helemaal duidelijk op welke doelgroep zij zich gaan richten en hoe de afgestudeerden zich zullen verhouden ten opzichte van de traditionele pastores en de andere nieuwere beroepsgroepen. Henk van Hout, directeur van het theologisch instituut Luce, vertelde dat hij bij onderzoekje, voorafgaand aan het symposium, gemerkt heeft dat veel mensen uit de uitvaartbranche actief zijn op het terrein van de ritueelbegeleiding: ‘rijp en groen door elkaar’. Vandaar kwam de vraag: wat zijn de grote vragen waar deze mensen mee zitten? Inmiddels wordt nagedacht over een soort keurmerk voor ritueelbegeleiding, afgegeven na een speciale masterstudie (bovenop de bachelor theologie) of na een postacademische nascholingscursus.

Persoonlijk symbool

Ton Overtoom van het opleidingsinstituut Het Moment geeft aan dat opleidingen ritueelbegeleiding erg in trek zijn. Zijn eigen instituut start komend jaar met de vierde lichting studenten. Inmiddels zijn er bijna honderd gediplomeerd. Ongeveer twintig daarvan hebben er een betaalde baan in de ritueelbegeleiding. Het uitgangspunt bij de opleiding is een inductieve opvatting van het ritueel, een persoonlijk symbool. Dat symbool, dat ook kerkelijk kan zijn, vormt het uitgangspunt van de uitvaartplechtigheid. De studie is bedoeld als aanvulling op een afgeronde HBO- of universitaire opleiding. Wie van de professionals rond de uitvaart neemt welke rol op zich als het gaat om het ruimte geven aan rituelen? Dat zal zich in de komende jaren verder uitkristalliseren. Op dit moment is het vooral van belang dat de verschillende professionals goed op de hoogte zijn van de eigen mogelijkheden en beperkingen en die van de anderen. En goed samenwerken in het belang van de nabestaanden. Zowel mensen uit de praktijk van alledag als opleidingsinstituten en universiteiten moeten daartoe de komende jaren de handen ineen slaan.

Bron: www.uitvaartmedia.com. Zie ook: www.goedgezelschap.eu.




Reageer
Wilt u reageren op het bovenstaande artikel? Vul dan onderstaand formulier in.
Naam
E-mail
Titel reactie  
Reactie  



column onderzoek
weeklog archief
audio links
jongerenvideo colofon
zelftest contact
  nieuwsflits

ZOEK